Woningen of windturbines in Rijnenburg? Discussie gaat onverminderd voort

Foto: MB

Vorige week boog de gemeenteraad van Utrecht zich over het voorstel van Burgemeester & Wethouders om windturbines en zonnevelden in de polders Rijnenburg en Reijerscop te plaatsen.

Ondanks een goed doordacht tegenvoorstel van de Utrechtse VVD-fractie en ondanks de inmiddels bekende bezwaren van de grondeigenaren, was het merendeel van de gemeenteraad positief over het plan. Dat plan houdt in dat er acht windturbines van 235 meter hoog (twee keer zo hoog als de Dom) in Rijnenburg en Rijerscop komen en 230 hectare aan zonnevelden. Tegenstanders van deze plannen zien liever dat er woningen in dit gebied worden gebouwd; de woningnood in Utrecht is immers hoog. Bovendien is het gebied oorspronkelijk daar ook voor bedoeld. Met de plannen van B&W worden er pas in 2040 woningen gebouwd.

Meerderheid voor

De discussie ging over wat er belangrijker is: het opwekken van duurzame energie of woningbouw. De meerderheid leek voor, maar zelfs als de gemeenteraad het voorstel van het college aanneemt is het nog lang niet zeker dat er daadwerkelijk windturbines in de polders langs de A12 komen. De grondeigenaren hebben meermalen aangegeven dat zij hun grond niet ter beschikking willen stellen aan windmolens, als dat betekent dat er geen of nauwelijks nieuwe huizen gebouwd kunnen worden.

Interactieve avond

Omwonenden hebben ook al meerdere maken aangegeven niet op enorme windturbines zitten te wachten. De grondeigenaren van het gebied waarop het energielandschap is gepland, organiseren op 19 maart een interactieve avond. Centrale vraag: welke bijdrage kan Rijnenburg leveren aan het woningtekort in Utrecht? Hiervoor is een verkenning van de kansen die Rijnenburg biedt essentieel. De grondeigenaren gaan graag met de bewoners uit de regio Utrecht in gesprek.

Praktisch:

19 maart is de informatiemarkt/interactieve avond. Je kunt deelnemen aan een van de debatten die in de avond worden georganiseerd. Meer informatie vind je hier: informatieavond in La Place op 19 maart.

 

Reacties