Of ik hem wil helpen in de tuin. Tuurlijk. Niet dat mijn vingers nou zo groen zijn, maar Christiaan, 77, is onderhoudend.
Zelf kan hij eigenlijk niet alles meer, maar daar wil hij niets van weten. “Ik ben geen ouwe man!” Afgelopen zomer heeft hij zo’n laag hekje om zijn voortuin geplaatst. Zelf, op z’n knieën. “En daarna heb ik het groen gelakt. Weer op m’n knieën. Dat had ik beter eerst kunnen doen”, moppert ie. Ik heb inmiddels gemerkt dat Christiaan in de categorie ‘zeer eigenwijs’ valt, dus toegeven dat hij beter iets op een andere manier had kunnen doen is wel wat. Hij wijst wat er moet gebeuren en kijkt dan peinzend naar boven. “Eigenlijk moet die boom gesnoeid.” “Wat let je?”, vraag ik. Ik zie Christiaan niet zo snel in een boom klimmen met die knieën van hem, maar wie ben ik om hem dat te vertellen? We laten de boom even voor wat het is – ik zie mezelf ook niet omhoog klimmen met een zaag – en harken en snoeien wat en vegen de boel aan. Intussen kletst hij over de buurt. “Weet je dat er minder parkeerplaatsen zijn omdat er bomen zijn geplant? Daar waren veel mensen boos over. Maar wat is nou mooier, een auto voor je deur of een boom?”
Ik suggereer dat het wellicht tijd is voor koffie. Christiaan kijkt op z’n horloge. “Nee hoor, het is nog geen 11 uur. Kom, nog even doorwerken.” En gedreven gaat hij verder. Als ik me al ooit afvroeg hoe je dat doet, gezond oud worden, kan ik Christiaan raadplegen. Behalve dan die knieën.