Wim Oostveen stopt tijdelijk als gemeenteraadslid van Stadsbelang Utrecht. Er zijn al langer discussies over belangenverstrengeling.
Oostveen is namelijk ook bestuurder bij een vastgoedbedrijf dat onder meer het project Rijnvliet ontwikkelt in Leidsche Rijn. Hij is betrokken bij meer nieuwbouwprojecten en grondaankopen, waarbij ook de gemeente Utrecht betrokken is. Zie daar de dubbelrol.
2,7 miljoen versus 5 miljoen
Het 'verhaal Oostveen' in het kort: in 1996 kocht Oostveen een aantal weilanden op, die inmiddels onderdeel zijn van Leidsche Rijn. Zo'n 7% kon door Oostveen ontwikkeld worden, maar dat gebeurde niet. De gemeente Utrecht eiste daarop 2,4 miljoen euro als een soort afkoop voor het uitblijven van sociale huurwoningen. Volgens Oostveen is dat een onredelijk bedrag en schiet hij er daardoor bij in. Het project Rijnvliet, zoals gezegd ook van Oostveen, werd stilgelegd. De rechter heeft inmiddels bepaald dat de gemeente Utrecht aan Oostveen 2,7 miljoen euro moet betalen omdat Rijnvliet is stilgelegd. Oostveen moet de gemeente 5 miljoen euro betalen wegens het ontbreken van sociale huurwoningen. Dat Wim Oostveen inmiddels zelf in de gemeenteraad zit is natuurlijk een enigszins aparte bijkomstigheid.
Zakelijke belangen gaan voor
Over deze dubbelrol is al lang veel discussie. Een speciaal ingestelde commissie, de commissie Addink, concludeerde een paar maanden geleden dat Oostveen zowel zakelijk als persoonlijk te veel vergroeid is met de stad, en adviseerde Oostveen een keuze te maken tussen zijn beide functies. Dat wilde hij toen niet, maar daar komt hij nu op terug. Zijn zakelijke belangen eisen voorrang, schrijft hij.
Stadsbelang Utrecht heeft advies gevraagd aan burgemeester Van Zanen hoe die tijdelijke terugtreding van Oostveen het beste aangepakt kan worden.