Nacht van de Poëzie: bijna als vanouds

Foto: RDN

Er waren habitués, en bezoekers die voor het eerst kwamen. Utrechters, Rotterdammers, Amsterdammers. Natuurlijk zaten er veel docenten Nederlands in het publiek, zoals presentatrice Ester Naomi Perquin opmerkte. Maar ook hun leerlingen. Dichters waren er, en performers. Wat ze gemeen hadden was de voorliefde voor poëzie, zo stippelde de presentatrice uit, en dat gaf kansen om iets moois te laten ontluiken, nu iedereen elkaar weer in de ogen kon kijken.

De 38e editie van de Nacht was een post-lockdown evenement, limited edition zo noemde de organisatie het, want men kon nog niet op volle kracht, gehinderd door zaken als QR-codes en de sluitingstijd van de horeca om middernacht. Al verliep dat alles in goede orde en was er zelfs een creatieve oplossing voor een laat drankje: er konden pakketjes met drank en hapjes gekocht worden om de laatste uren tot het einde van de Nacht te overbruggen. Met uitzondering van deze kleine aanpassingen was het een poëzie-nacht als vanouds; een twintigtal dichters en een handvol artiesten (entr’actes) die elkaar in een voor het publiek onbekende sequentie zonder pauzes opvolgden. Dit hield het poëzie-festival dynamisch, maar liet weer menigeen verzuchten ‘die of die’ gemist te hebben.

De optredens waren zoals altijd een verrassende mix: maatschappelijk kritische voordrachten (Maarten van der Graaf), experimentele (Arjen Duinker) of lyrische (Liesbeth Lagemaat). Dichter des Vaderlands Lieke Marsman hield de aandacht van de zaal goed vast en Joost Prinsen, bekend van Met het mes op tafel, droeg een paar van zijn favoriete dichters voor.
Bij de entr’actes waren er muzikale intermezzo’s van lichte aard (Claudia de Breij), klassieke (PRJCT Amsterdam) en ‘rebelse’ (Jett Rebel). Voor veel artiesten was de Nacht het eerste publieke optreden sinds een jaar en gaandeweg sprong een tegenstelling in het oog tussen de dichters, waarvan de meeste haast leken te hebben het podium te verlaten, en de performers die juist hun optreden wilden rekken.

Vrouwkje Tuinman leverde de regel aan voor het thema van de 38e editie: ’s Nachts woon ik zelden waar mijn bed staat

Een daverend applaus wist countertenor Maarten Engeltjes aan de zaal te ontlokken. Engeltjes van het barokensemble PRJCT Amsterdam bracht een aantal aria’s geheel in falsetto ten gehore. Het is een bijzonder fenomeen iemand met normale stem te horen spreken en hoog te horen zingen. In de 17e eeuw werd er falsetto gezongen, ook wel kopstem genoemd, door zangers die in een vrouwelijke rol speelden. In de hedendaagse popmuziek zingt de voorman van de IJslandse band Sigur Ros in de kopstem.

Ondanks de genomen maatregelen van de organisatie om de drank te laten vloeien, verlieten na middernacht veel bezoekers als Assepoesters de Nacht. Buiten wachtte hen een andere post-lockdown situatie, prozaïscher misschien, waar drommen café-bezoekers uitgelaten de straat opzochten na sluitingstijd. Daardoor was er in de binnenstad een zekere zatermiddag-drukte, wel met kleine opstootjes en veel politie. Binnen ging het feest nog tot drie uur door.

Hoofdredacteur Myrte Leffring van het tijdschrift Awater en de Vlaamse dichter Paul Demets

Reacties